Ga direct naar inhoud

Het ontstaan van het ringrijden

Het ringrijden is een traditionele volkssport die vooral in Zeeland nog springlevend is. Ruiters te paard proberen in volle galop met een lans een kleine ring te steken – een eenvoudig concept, maar met diepe historische wortels. Hoewel het moeilijk is om precies te zeggen waar het ringrijden vandaan komt, doen er verschillende theorieën de ronde. Deze gaan terug tot Germaanse rituelen en middeleeuwse toernooien.

Germaanse oorsprong?

Sommige historici vermoeden dat het ringrijden zijn oorsprong vindt in de Germaanse meikransvieringen. Tijdens deze lentefeesten, die overeenkomsten vertonen met het Duitse Rolandreiten en het Deense Kranssteken, reden jongeren op paarden en staken ze bloemenkransen versierd met linten. De ijzeren ring die vandaag de dag wordt gebruikt, zou symbool staan voor zo’n meikrans. Deze theorie zou ook verklaren waarom in veel Zeeuwse dorpen ringrijden op derde Pinksterdag (Pinksterdrie) wordt gehouden. Toch wordt deze verklaring niet als de meest waarschijnlijke gezien.

Steekspelen en riddertoernooien

Een aannemelijkere verklaring is dat het ringrijden is voortgekomen uit de steekspelen en toernooien van de middeleeuwse adel. Volgens de Zeeuwse Cronykalmanach uit 1788 lieten jonkvrouwen bij deze spelen hun ringen ophangen aan brede zijden linten. Ridders te paard probeerden deze ringen in volle galop met hun lans te steken. De ridder die het driemaal lukte, kreeg een prijs en een lint van de jonkvrouw. Deze ridderlijke traditie werd gaandeweg overgenomen door het volk, waarbij het ceremoniële plaatsmaakte voor feestelijke volksvermaak.

De eerste vermeldingen

De oudste bekende vermelding van ringrijden dateert van 7 juni 1687, toen de kerkenraad van Middelburg klaagde over ringrijden op Walcheren. Ze stoorden zich vooral aan de uitbundigheid: dansen, drinken en andere “ongerijmdheden”. Ook in 1695 (Biggekerke) en 1703 (classis Goes) werd geprobeerd het ringrijden via de kerk aan banden te leggen, vaak tevergeefs. Voor boeren en arbeiders waren dit soort festiviteiten namelijk een welkome ontsnapping aan het harde werkleven.

Toch kende het ringrijden ook meer elitaire momenten. Zo organiseerde de broederschap van Sint-Joris op 23 april 1767 een ringrijderij op het Abdijplein in Middelburg met veertien adellijke heren. En in 1769 noemde de bekende schrijfster Betje Wolf het ringrijden in haar gedicht Walcheren, dat ze schreef na een bezoek aan West-Souburg.

Verenigingen en organisatie

De oudste ringrijdersvereniging van Zeeland is die van Nieuwland, opgericht in 1824. De meeste andere volgden pas na de Tweede Wereldoorlog. Een belangrijk keerpunt kwam in 1950, toen Piet Brasser uit Kleverskerke het initiatief nam tot de oprichting van de Zeeuwse Ringrijders Vereniging (ZRV). Aanvankelijk onder de naam “Belangengemeenschap der Walcherse ringrijders”, maar al snel werd de naam veranderd om ook ruimte te bieden aan ringrijders uit andere Zeeuwse regio’s. De oprichting van de ZRV gaf het ringrijden structuur: er kwamen regels, een wedstrijdkalender en officiële prijzen. Piet Brasser bleef voorzitter tot 1971, waarna Simon Lous het stokje overnam. 

Het 50-jarig jubileum van de ZRV in 2000 werd groots gevierd, met als hoogtepunt de onthulling van het standbeeld “De Ringrijder” op het Koorkerkplein in Middelburg. Het beeld werd gemaakt door beeldhouwer Gerard Brouwer uit Katwijk.

De historische band met het Koninklijk Huis

Door de eeuwen heen heeft het Huis van Oranje zich meermaals verbonden met het ringrijden. Koningen, koninginnen en prinsen bezochten ringrijderijen, stelden prijzen beschikbaar of loofden koninklijke bekers uit. Enkele hoogtepunten:

  • 1786: Stadhouder Willem V bezoekt Domburg en schenkt gouden medailles.
  • 1823-1862: Koning Willem I, II en III bieden waardevolle prijzen aan zoals een zilveren rijzweep, tabaksdozen, horloges en hemdsknopen.
  • 1919: Koningin Wilhelmina looft de eerste Koninklijke Wisselbeker uit. Deze moest driemaal achter elkaar of vijfmaal in totaal worden gewonnen voor eigendom. Piet Brasser won deze in 1921.
  • 1950: Koningin Juliana schenkt een wisselbeker. In 1972 werd deze definitief gewonnen door Adrie Reijnierse.
  • 1954: Prins Bernhard wordt beschermheer van de ZRV tijdens een demonstratie in Middelburg.
  • 1981: Koningin Beatrix stelt een bronzen beeldje beschikbaar als wisselbeker, gewonnen door Lein Langebeeke in 2002.
  • 1999: De ringrijdersvereniging van Nieuwland ontvangt een erepenning van Koningin Beatrix voor haar 175-jarig bestaan.
  • 2010: Tijdens Koninginnedag brengt de Koninklijke Familie een bezoek aan het ringrijden in Middelburg, waar zij met zichtbaar plezier toekeken naar het folkloristische spektakel.
  • 2024: Koning Willem-Alexander bracht een bezoek aan de Nieuwlandse ringrijdersvereniging ter gelegenheid van hun 200-jarig jubileum – een unieke mijlpaal voor de oudste ringrijdersvereniging van Zeeland.

Tot op de dag van vandaag is één van de meest begeerde prijzen voor ringrijders het bronzen beeldje, ontworpen en beschikbaar gesteld door Prinses Beatrix in 1981. Deze bijzondere prijs wordt jaarlijks uitgereikt tijdens de tweede folkloristische dag in Middelburg, maar is tot op heden nog nooit in eigendom gereden. Om de beker definitief te winnen, moet een ringrijder het beeldje vijf keer veroveren of drie keer achter elkaar. De enige die ooit echt dichtbij die vijf keer kwam, was Lou Willemse uit Domburg. Het won het beeldje in 1984, 1986, 1987en 1994. Ondanks deze indrukwekkende prestatie bleef de ultieme bekroning – het blijvend bezit van het beeldje – net buiten bereik.