Een ringrijder zit op een ongezadeld paard, dat hij in galop door de ringbaan stuurt.
In de hand heeft hij een lans (A), waarmee hij probeert de ring te steken die
halverwege de baan in een ijzeren bus hangt.

 
Het paard moet versierd zijn en de deelnemer moet de voorgeschreven wedstrijdkleding
dragen. Het wedstrijdtenue voor officiële wedstrijden van de Zeeuwse Ringrijders
Vereniging (ZRV) is een ZRV-trui of poloshirt. Dit is een witte trui of shirt met
een groen ZRV-embleem en groene randjeslangs de mouwen en de kraag. Hier overheen
draagt de ringrijder een oranje sjerp met
ZRV-embleem, over de rechterschouder.

De rest van het tenue moet volledig wit zijn (dus witte broek, witte schoenen,
witte sokken, evt. witte pet). Bij demonstraties ringrijden van de ZRV, is iedere
deelnemer verplicht in de Zeeuwse (mannen)klederdracht gekleed.

Je mag meedoen aan een ringrijwedstrijd vanaf het jaar dat je twaalf wordt.
Dus word je in augustus twaalf, dan mag je in juni al aan een wedstrijd meedoen.
Een maximumleeftijd voor het ringrijden is er niet. Tegenwoordig zie je steeds meer
ringrijders die tot op hoge leeftijd meedoen.

      De ring

De te steken ring heeft een doorsnede van 38 mm. Bij het kampen kan de doorsnede van
de ring worden verkleind tot minimaal 10 mm. Als de ring gestoken is, moet de ringrijder
deze aan het eind van de baan met de lans achterover netjes afgeven aan de ringloper.
Bij officiële wedstrijden kan iedere deelnemer 30 ringen steken.

De ring hangt halverwege de baan in een ijzeren bus aan een touw tussenin twee palen
(op z’n Zeeuws: de poengers). De afstand tussen de onderkant van de bus en de vaste bodem
van de ringbaan is 2,20 meter.

      De ringbaan

De ringbaan heeft op alle wedstrijden dezelfde afmetingen, namelijk een lengte van 36 meter
en een breedte van 1 meter. De baan is afgezet met palen, waarlangs een touw gespannen is op
een hoogte van 1,2 meter. Aan beide uiteinden van de baan, kunnen de paarden na ieder vaart
rusten in de boxen.

      De medewerkers

Bij iedere wedstrijd zijn er (vrijwillige) medewerkers. Allereerst is er een baancommissaris,
die verantwoordelijk is voor een goede gang van zaken tijdens de wedstrijd zoals die is
vastgelegd in het huishoudelijk reglement en wedstrijdreglement van de ZRV.

Verder is er een ringhanger, dit is degene die de ring in de bus hangt (en tevens ook de
ringbaan uitzet en in orde houdt).

Er is ook een ringloper, die de gestoken ring aan het eind van de baan van de
ringrijder aanneemt. Vaak wisselen de ringhanger en de ringloper onderling van taak
tijdens een wedstrijd.

Ten slotte zijn er altijd twee schrijvers: een voor het bijhouden van de stand op een
groot schoolbord en een voor de stand op papier. Een gestoken ring betekent een verticaal
streepje, een gemiste ring een horizontaal streepje. Het dubbelschrijven voorkomt ook dat
er fouten ontstaan bij het tellen van de gestoken ringen per deelnemer.

           Klassewedstrijden

 Er zijn vijf wedstrijdklassen voor de afdelingen die zijn aangesloten bij de Zeeuwse
Ringrijders Vereniging (ZRV), nl. een ere-, eerste, tweede, derde en een vierde klasse.
Per klasse wordt er ieder jaar één wedstrijd verreden, in de regel aan het begin van het
ringrijseizoen in mei/juni. Elke klasse bestaat uit 13 drietallen.

Zo’n drietal bestaat uit 3 ringrijders van één afdeling die ieder 30 ringen kunnen steken.
Het totaal van een drietal wordt bij elkaar opgeteld, dus een uitstekend presterend drietal
kan in totaal 90 ringen steken. Dit huzarenstukje is ooit 1 keer volbracht: op 30 mei 1987
tijdens de ereklasse wedstrijd in Biggekerke. Kees Langebeeke, Lein Langebeeke en Krijn Coppoolse
van Gapinge 1 staken alle 90 ringen!!!

In iedere klasse (behalve uiteraard de ereklasse) promoveren de beste twee drietallen;
in iedere klasse (behalve de vierde) degraderen de slechtste twee drietallen.

De vierde klasse is een zogenaamde promotieklasse, waarin beginnende drietallen uitkomen en
door promotie een hogere klasse kunnen bereiken.
 
Het drietal van Gapinge 1,  Maarten Spiljard, Dennis Willeboordse en Sebastiaan Sturm,
KAMPIOEN van de ERE KLAS in 2008, ze staken het legendarische aantal van 90 ringen
(allen 30 van de 30 ), dit was 21 jaar geleden dat het aantal van 90 gehaald werd.

     Wanneer mag een ringrijder klasse rijden?

Iedere afdeling organiseert minimaal één keer per jaar een afdelingswedstrijd. Van
iedere deelnemer wordt na zo'n wedstrijd het gemiddelde aantal gestoken ringen van
de afgelopen drie jaar bijgehouden. Dus stel dat een ringrijder in 1999 20 ringen
stak, in 2000 stak hij 25 ringen en in 2001 stak hij 30 ringen, dan heeft hij een
gemiddelde van 25 ringen over de afgelopen drie jaar. Per afdeling wordt vervolgens
gekeken wie de beste drie ringrijders zijn, zij vormen samen het eerste drietal van
die afdeling. De volgende drie rijders vormen het tweede drietal, enz.

Niet iedere ringrijder wil meedoen aan het klasserijden, dus er vallen ook wel eens
rijders vantussen. Dan mag de daaropvolgende ringrijder in zijn of haar plaats meedoen.

     Kampen

Wanneer een aantal rijders aan het eind van de dag hetzelfde aantal ringen heeft
gestoken – bijvoorbeeld alle 30 – wordt er gekampt wie de uiteindelijke dagwinnaar is.
Deze rijders kampen op een steeds kleiner wordende ring. De normale wedstrijdring is
38 mm doorsnee. Bij het kampen begint men met een ring van 32 mm doorsnee. Wie deze
ring niet (meer) steekt valt af. Wie wel insteekt mag verder kampen, waarbij de ring
steeds kleiner wordt. Van 32 gaat het naar 26 mm, vervolgens naar 20 mm, dan 14 mm om
uiteindelijk te eindigen bij de kleinste ring van 10 mm. Deze ring van 10 mm – al lijkt
het onwaarschijnlijk – wordt echter regelmatig gestoken. 

Bij de grote wedstrijden in Middelburg en in Vlissingen komt het regelmatig voor dat
er 15 of meer rijders kampen om de beschikbare bekers. Dan kan het best eens een uur
of langer duren voordat alle plaatsen zijn uitgekampt. De 14 en 10 mm worden tijdens
zo’n kamp regelmatig gestoken. Zo stak Krijn Coppoolse op 28 juli 2001 in Vlissingen
tijdens de kamp om de dagprijs maar liefst 3 x achter elkaar de 10 mm-ring. Daarmee
won hij van Coen Minderhoud die ‘slechts’ 2 x achter elkaar de 10 mm wist te steken.

 

AANKONDIGING

Zaterdag 19 mei,

ERE KLAS KAMPIOENSCHAP

in RITTHEM.


 



Delta Zeeland Fonds en
Rabobank Clubkas Campagne
zijn in 2012 onze grootste
donateurs.

 

2012 jaar van het Immaterieel erfgoed.